Manifest

In Nederland val je onder de Participatiewet als je op de een of andere manier een afstand tot de arbeidsmarkt hebt. Simpel gezegd als je minder goed zelf aan het werk komt of blijft vanwege lichamelijke, mentale / psychische of sociale oorzaken. Of, wat vaak voorkomt, door een combinatie daarvan.

 

En ondanks dat we weten dat er gemeenten in Nederland zijn waar het beleid ten aanzien van deze mensen heel aardig lukt, zijn er helaas nog veel te veel plekken waar dat niet zo is. Om er een paar te noemen. Wispelturig beleid, slechte samenwerking tussen partijen, slecht gebruik van bestaande expertise, competentiestrijd, onvoldoende adequate wetgeving, onzekerheid in arbeidsovereenkomsten, het gewoonweg niet realiseren van werkplekken voor de allerzwaksten. Het risico is een tweedeling op de arbeidsmarkt, wat maatschappelijk uiterst ongewenst is.

 

Daarom roeren wij, de ondernemingsraden van sociale werkbedrijven, ons. Niet om met onze vinger te wijzen, maar om partijen op te roepen, ondanks misschien alle lastigheden, bij elkaar te gaan zitten en het voor de mensen van de Participatiedoelgroep zo te regelen dat zij zoveel mogelijk in een werksituatie komen en zich daarin kunnen ontwikkelen.

 

Scherp zijn op participatie is keihard nodig.


Scherp op Participatie

Niet wachten, niet naar elkaar wijzen, maar samenwerken op deze 7 punten:

 

  1. Zorg op lokaal en regionaal niveau voor duurzame constructies of voorzieningen, waar mensen kunnen leren, perspectief geboden wordt en waar voldoende werkplekken als vangnet bestaan voor het geval het niet lukt. De kern van mensontwikkeling loopt via arbeid en het zich kunnen ontwikkelen via arbeid.
  2. Zorg zo snel mogelijk voor een cao voor de mensen die op Beschut werk zijn aangewezen en voor de P-doelgroep als geheel.
  3. Verwijder alle belemmeringen uit de huidige wetgeving om mensen uit de P-doelgroep een dienstverband aan te bieden.
  4. Werkgevers, UWV, Sociale Werkbedrijven en gemeenten: kom met elkaar in gesprek en bepaal of er voldoende geschikt werk voor deze mensen is of dat de aandacht en energie juist moet uitgaan naar het creëren van geschikt werk.
  5. Politieke partijen: wees scherp op participatie, bestrijd elkaar daarin niet, maar werk samen, landelijk, regionaal en lokaal.
  6. Gebruik de infrastructuur voor mensontwikkeling ook voor statushouders.
  7. Pak vergrijzing in de participatiedoelgroep adequaat aan, zowel arbeidsvoorwaardelijk, in de wetgeving en het ontzorgen van werkgevers als in passende, duurzame werkplekken en begeleiding. Vergrijzing levert voor mensen uit de participatiedoelgroep namelijk vaak grote problemen op.

 

Wij nodigen iedereen uit om initiatief te nemen om met elkaar in gesprek te komen. En wij zullen dat ook zeker zelf doen via de lokale en regionale ondernemingsraden.