Scherp op Participatie

Waarom de ondernemingsraden van sociale werkbedrijven zich roeren

 

Op 29 september 2016 hield Peter Smit namens de ondernemingsraden een toespraak waarin hij voorbeelden geeft van zaken die sinds de komst van de Participatiewet misgaan, uitlegt wat er nodig is en welke manier dat kan.

20160929 speech Peter Smit

Het manifest, waar de zeven punten op de homepage vanuit afkomstig zijn en dat gemaakt is naar aanleiding van de speech van Peter Smit, kun je hier lezen.

Manifest ondernemingsraden sw bedrijven

Peter Smit en Roelof Schaafsma (OR-voorzitters) (rechts in de zijbalk) aan het woord over dit manifest.

 


 

Peter Smit, voorzitter van de OR van WerkSaam Westfriesland in Hoorn gebruikt in plaats van inclusie net zo lief  het woord Mensontwikkeling. Want dat is waar het om gaat en het klinkt simpeler:

 

Kijk, mensen die onder de Participatiewet vallen hebben op de een of andere manier een afstand tot de arbeidsmarkt. Dat kan fysiek zijn, door een beperking of een handicap. Dat kan geestelijk zijn, door bijvoorbeeld hersenletsel. Of sociaal, door het niet of niet meer hebben van  passende vaardigheden, door langdurige schulden of door afwijkend gedrag. En vaak komen ze in combinatie voor. Wat wij doen – en dat is belangrijk – is zorgen we dat we die mensen in beeld hebben, met ze praten en zorgen dat ze zich via arbeid kunnen ontwikkelen. En ik vind dat we alles moeten doen om te zorgen dat we daar als maatschappij succesvol in zijn. Iedereen mag meedoen. Hoe exclusiever iemand is, hoe meer inclusief we zullen moeten zijn.’

 

Zo op het eerste gezicht lijkt wat Peter Smit zegt logisch en vanzelfsprekend. Waarom zouden we het anders doen? De Participatiewet, die sinds 2015 van kracht is, heeft mede als doel om deze mensontwikkeling in een zo regulier mogelijk werkverband mogelijk te maken.

 

De leden van ondernemingsraden van sociale werkbedrijven, landelijk vertegenwoordigd via MZSW, hebben een goed overzicht wat er in het land gebeurt. ‘Er zijn regio’s waar het relatief goed gaat’, vertelt Peter Smit, ‘zoals bij ons bij WerkSaam. Ons antwoord was het gemeentelijke Werk&Inkomen samen te voegen met het voormalige Sociale Werkbedrijf. Zo hebben wij van meet af aan een organisatie die overal over gaat en de doelgroep in beeld heeft, die een actief beleid op mensontwikkeling voert en bovendien nauw samenwerkt met de regionale werkgevers. En die natuurlijk voortbouwt op alle kennis en ervaring die er was met instrumenten als begeleid werken, detachering en groepsdetachering, jobcoaching, werkgeversbegeleiding of jobcreation.’

 

Ook dat is lang niet overal het geval. In diverse steden of regio’s is die samenwerking verre van vanzelfsprekend of wordt decennialange expertise gewoon genegeerd. Door wispelturig beleid weet een kwetsbare doelgroep niet waar ze aan toe is. Ook het ontbreken van adequate wetgeving leidt op dit moment overal in Nederland tot onzekere situaties voor mensen die van de participatiewetgeving afhankelijk zijn. Zo is er geen landelijke regeling rondom arbeidsvoorwaarden, wordt er om allerlei juridische en financiële redenen op zijn hoogst gewerkt met tijdelijke contracten en weten we met zijn allen niet of er überhaupt wel voldoende regulier werk is voor deze mensen.

 

Peter Smit: ‘Dat is nu twee jaar zo. En dat moet veranderen. We kunnen niet blijven toekijken hoe dit zo doorgaat. Iedereen wijst naar elkaar en wacht vervolgens af. De mensen verdienen dit niet, de samenleving verdient dit niet. Beleidsmakers, werkgevers, ambtenaren, cliënten, medewerkers en deskundigen moeten met elkaar in gesprek en komen tot actie. Wij moeten met zijn allen scherp zijn op participatie!

 


 

Collega OR-voorzitter Roelof Schaafsma, van de Tomin-Groep uit Hilversum, beaamt het. ‘Scherp zijn op participatie, dat is waar we toe oproepen en waar we als samenwerkende ondernemingsraden scherp op zullen toezien.’

 

 

Roelof Schaafsma is bang dat er, net als in de ouderenzorg, ook voor de mensen die fysiek, mentaal of sociaal afwijken een tweedeling dreigt. ‘En daarom roeren ook wij, de ondernemingsraden van de sociale werkbedrijven, ons, net als Hugo Borst en Carin Gaemers. Al op middellange termijn kost zo’n tweedeling de samenleving niet alleen geld, maar ook haar samenhang en haar menselijkheid. Scherp zijn op participatie is keihard nodig.’